Long en short
Als we een optie kopen gaan we long. Belangrijk: tegenover iedereen die een optie koopt staat iemand die een optie verkoopt. Dit noemen we ook wel het schrijven (short gaan) van een optie.

De verkoper (schrijver) van een call optie heeft dan een verplichting om de onderliggende aandelen te verkopen tegen afgesproken optie prijs als de optie wordt uitgevoerd door de koper. De schrijver van een call optie ontvangt hiervoor een premie van de koper als betaling voor het risico dat deze verplichting met zich mee brengt.

De verkoper (schrijver) van een put optie heeft een verplichting om de onderliggende aandelen te kopen tegen de afgesproken optie prijs als de optie wordt uitgevoerd door de koper. De schrijver van een put optie ontvangt hiervoor een premie voor het risico die deze verplichting met zich mee brengt.

Je koopt een call optie omdat je een stijging verwacht van de onderliggende waarde, je koopt een put optie omdat je een daling verwacht.

Je schrijft een call optie omdat je een daling verwacht van de onderliggende waarde, je schrijft een put optie omdat je een stijging verwacht.

De van te voren gespecificeerde prijs wordt ook wel de uitoefenprijs genoemd. De datum waarop de optie ophoudt te bestaan wordt ook wel de expiratiedatum genoemd.

Schrijfwijze
Een voorbeeld van de schrijfwijze van een call optie is
AKZ C JUN18 30   bied/laat 8.40/8.50
Dit is een call optie (C) van Akzo Nobel (AKZ) met expiratiedatum 15 juni 2018 (JUN18)  en als uitoefenprijs € 30

Waarde
De prijs die je hebt betaald om deze optie te kopen wordt gewoon simpelweg de optieprijs (ook wel de premie) genoemd. Uiteraard moet je de optieprijs niet verwarren met de uitoefenprijs van een optie. De optie premie wordt in belangrijke mate bepaald door de markt prijs, de volatiliteit en de resterende looptijd van de optie. Daarnaast bestaat een optie uit twee delen:
de intrinsieke waarde en de tijdswaarde.

Intrinsieke waarde (echte waarde)
De intrinsieke waarde wordt bepaald door het verschil in de huidige prijs van het onderliggende aandeel en de uitoefenprijs van de optie. Het is belangrijk om te weten dat alleen in-the-money opties intrinsieke waarde hebben.
Out-of-the-money optie hebben geen intrinsieke waarde.

De tijdswaarde van een optie hangt af van de resterende looptijd van een optie evenals de volatiliteit van het onderliggende aandeel. De tijdswaarde van een optie daalt naarmate de expiratiedatum dichterbij komt. Na de expiratiedatum is de tijdswaarde van een optie altijd 0 euro.

Een optie heeft een intrinsieke waarde wanneer de beurskoers boven de uitoefenprijs ligt bij een call-optie of wanneer de beurskoers onder de uitoefenprijs ligt bij een put-optie.

Voor in-the-money opties kan de tijdswaarde berekend worden door de intrinsieke waarde af te trekken van de huidige optieprijs. Een optie heeft intrinsieke waarde als de aandelen koers boven de uitoefenprijs (call-optie) of onder de uitoefenprijs (put-optie) ligt. Is het verschil erg groot, dan is de optie deep-in-the-money.

Voorbeeld:
met behulp van de koers van het aandeel en de uitoefenprijs kun je bepalen wat de intrinsieke waarde is van een optie. De intrinsieke waarde geeft aan, welke waarde de optie heeft, als je hem nu meteen zou uitoefenen.

Stel een aandeel noteert € 6,20. Je kan nu de call 5.20 kopen voor € 1.20.
Wat is dan de intrinsieke waarde? Als je de call 5.20 direct zou uitoefenen dan mag je kopen voor € 5.20 euro in plaats van € 6,20 euro. Dit is  € 1.- goedkoper dan op de beurs. Dit betekend dat de intrinsieke waarde € 1.- is. De optie heeft naast intrinsieke waarde ook nog een tijdswaarde- en verwachtingswaarde. In dit voorbeeld is dat € 0,20.

In, at en out of the money
in-the-money
Een call optie is in-the-money als de uitoefenprijs van de optie lager is dan de koers van de onderliggende waarde waar de call betrekking op heeft.

Een put optie is in-the-money als de uitoefenprijs van de optie hoger is dan de koers van de onderliggende waarde waar de put betrekking op heeft.

at-the-money
Een optie is at-the-money als de uitoefenprijs nagenoeg gelijk is aan de onderliggende waarde

out-of-the-money
Een call optie is out-of-the-money als de uitoefenprijs van de optie hoger is dan de koers van de onderliggende waarde waar de call betrekking op heeft.

Een put optie is out-of-the-money als de uitoefenprijs van de optie lager is dan de koers van de onderliggende waarde waar de put betrekking op heeft.

In een schema ziet het er dan zo uit:

itmatmotm

Tijdswaarde
Het deel van de premie van een optie dat boven de intrinsieke waarde ligt noemen we de tijdswaarde. Deze tijdswaarde kennen we aan een optie toe vanwege de kans dat de optie gedurende de looptijd een hogere intrinsieke waarde krijgt. Dit noemen we ook wel de verwachtingswaarde. Immers, naarmate de looptijd van de optie vordert neemt de tijdswaarde af, de kans op een hogere intrinsieke waarde wordt dan kleiner.
Stel een aandeel is nu 38 euro waard en je hebt een optie met uitoefenprijs 30 euro met een optieprijs van 8,40 euro.
De intrinsieke waarde is dan 8 euro (38-30)
De tijdswaarde is dan 0.40 euro (8,40 – 8).

Volatiliteit


In het algemeen geld dat als de volatiliteit (beweeglijkheid) van een aandeel stijgt de tijdswaarde van de optieprijs ook stijgt. Daarnaast daalt de tijdswaarde in de optieprijs als de volatiliteit van het onderliggende aandeel daalt. Je ziet dit fenomeen sterk terug als de aandelen markt erg snel stijgt of daalt. Doordat hierdoor de volatiliteit van aandelen stijgt zul je zien dat de optieprijzen sneller dan normaal wijzigen. Het begrip volatiliteit heeft betrekking op koersbewegingen in het verleden.  Opties hebben betrekking op koersbewegingen in de toekomst en hebben daarom te maken met verwachte volatiliteit. Hoe hoger de verwachte volatiliteit van het onderliggende aandeel is, hoe meer er voor de optie zal worden betaald. De kans dat de optie veel geld waard zal worden is groter, dus om dit risico te compenseren zal de prijs hoger zijn. Als een onderneming binnenkort haar resultaten bekend zal maken, zal de verwachte volatiliteit vaak hoger zijn en met als gevolg duurdere optie prijzen. De kans dat het aandeel sterk zal dalen of stijgen is dan namelijk veel groter dan in normale periodes. De verwachte volatiliteit zal altijd voor calls en puts met dezelfde uitoefenprijs en looptijd gelijk zijn. De verwachte volatiliteit kan gemeten worden. Hoe hoger deze waarde is, hoe meer beweging de markt als geheel lijkt te verwachten. Doorgaans gaat meer beweging samen met meer risico en zal de verwachte volatiliteit als een angstbarometer kunnen gaan fungeren. Sommige handelaren proberen van deze angst te profiteren door te handelen met de VIX.

Grieken
De Grieken hebben bij het beleggen in optie een speciale betekenis:

   Delta
De Delta geeft de verandering aan van de optiepremie ten opzichte van de onderliggende waarde. Als de Delta van de optie op dit moment 0.95  is dan stijgt deze optie met € 0,95 als de onderliggende waarde € 1 stijgt en vice versa. Dus wanneer bovenstaand aandeel AKZO 1 euro in waarde stijgt, zal de optie 95 cent duurder worden en zal dus 8,40 + 95 cent = 9.35 euro bedragen.
Opties die diep ITM zijn zullen in sterke mate meebewegen met het aandeel, opties die nog geen intrinsieke waarde hebben zullen in kleinere mate meebewegen.

   Gamma
De Gamma geeft aan hoe de Delta veranderd bij een verandering van de onderliggende waarde. Feitelijk is de Gamma een afgeleide van de Delta. De Gamma geeft dus aan in welke mate een handelaar, die zijn positie delta neutraal wil houden, zijn hedging moet aanpassen bij bewegingen in de onderliggende waarde.
Delta neutraal is de eigenschap van een optie portefeuille waarbij de beweging van de onderliggende waarde waarop de optie(s) betrekking hebben, geen invloed heeft op de totale waarde van de positie. De risico’s van een beweging omhoog en omlaag kunnen zo tegen elkaar weggestreept worden. De Delta geeft aan in welke mate er verdiend of verloren wordt aan de beweging in de aandelen. Een positieve Delta betekent dat er een positief resultaat behaald wordt als de onderliggende waarde stijgt. Bij een Delta neutrale positie is de Delta nul. Het hedgen betreft dus het geheel (of gedeeltelijk) afdekken van een financieel risico door middel van een andere afdekking.

   Vega
De Vega is geen Griekse letter, maar wel wordt de V vaak gebruikt als aanduiding. De Vega geeft de relatie weer tussen de optie en een verandering in de de verwachte volatiliteit. Als de Vega van van een optie 2 is, dan betekent dat dat de optie 2 euro meer waard wordt als de verwachte volatiliteit één procent stijgt.

   Theta
De Theta geeft de relatie weer tussen de optie en het verdampen van de tijdswaarde in de optiepremie. De Theta wordt uitgedrukt in waardevermindering van een optie per dag.

   Rho
De Rho geeft de relatie weer tussen de prijs van een optie en de rente. Als een optie een Rho van 0,5 heeft, dan wordt de optie 50 cent meer waard als de rente één procent stijgt.

Risico
Bij het handelen in aandelen komt het slechts zelden voor dat een aandeel zijn complete waarde verliest. Meestal is het risico beperkt tot enkele procenten of enkele tientallen procenten van het ingelegde vermogen. Bij de handel in opties ligt dat heel anders: door de hefboomwerking van het optiemechanisme komt het heel regelmatig voor dat men bij aankoop en verkoop van opties het gehele ingelegde vermogen kwijtraakt. Bij het verkopen van opties kunnen de verliezen in theorie onbeperkt oplopen. Vandaar dat we altijd met stops werken!

Margin
Om de risico’s te beperken eist de beurs dat er voldoende onderpand aanwezig is om eventuele verliezen te kunnen financieren. Dit noemt men de margin (dekkingsverplichting) die men aan moet houden. Op het moment dat dit bedrag onvoldoende is gaat men over tot een zogenaamde margin call, waarbij men vijf dagen de tijd heeft om tekorten aan te zuiveren voordat de bank gaat liquideren.

Schrijven
Gedekt
Het schrijven van een optie waarbij je de onderliggende waarde in bezit hebt.

Naked   (of ongedekt) Het schrijven van een optie zonder dat je de onderliggende waarde in bezit hebt.

Assignment
Bij geschreven opties loop je het risico van een assignment: je kunt worden aangewezen door je broker om te leveren (bij een call) of om te kopen (bij een put) De houder van een optie heeft geen recht op dividend, een bezitter van het aandeel wel.

Wat is een Early Exercise?
Bij geschreven opties loop je altijd het risico van een assignment: je kunt worden aangewezen door je broker om te leveren (bij een call) of om te kopen (bij een put) De houder van een optie heeft geen recht op dividend, een bezitter van het aandeel wel. Wanneer een fonds ex-dividend gaat is de kans erg groot, dat je de dag voor het ex-dividend gaan wordt aangewezen op je verplichting.

Cash settlement
Indien uw optie aan het eind van de looptijd nog waarde heeft volgt een contante verrekening van het verschil tussen de koers van de onderliggende waarde en de uitoefenprijs.

Doorrollen
Opties zijn niets anders dan rechten en plichten en kennen een bepaalde looptijd. Het tijdstip waarop een optie ophoud te bestaan wordt de expiratie genoemd. Een opties doorrollen is zowel de oude positie sluiten en tegelijk een nieuwe positie openen.

Hoe gaat dat, een optie doorrollen?
Stel dat u een long call-optie in bezit heeft en u wilt deze doorrollen naar een andere long call optie, dan geeft u een sluitverkoop voor de huidige long en tegelijk een openingskoop van een andere call. In het geval dat u een shortpositie heeft in een call-optie, dan geeft u een sluitkooporder op en tegelijk een openingsverkoop van een andere call. Zo`n order die zowel de sluitings- als de openingstransactie bevat, wordt ook wel een combinatie order genoemd. U kunt natuurlijk ook de optie-orders ieder afzonderlijk ingeven, maar dan heeft u de kans op slechtere prijzen en loopt u het risico dat de ene optie wel wordt uitgevoerd en de andere niet.

Een voorbeeld
u heeft een short call dec 435 in bezit en u wilt deze doorrollen naar een maart serie, dan doet u een sluitingskoop call dec 435 in combinatie met een openingsverkoop call maart 435. Hierbij is het natuurlijk mogelijk om opties door te rollen zonder bijbetaling (even money) of zelfs met een credit, dus dat er geld wordt ontvangen. Ook kun je kiezen voor een sluitingskoop van de call optie dec 435 en een openingsverkoop naar 455 (dus een andere serie, dan die je in bezit had)

Rendement (roi = rendement op investering)
Stel, je doet een short strangle, looptijd 3 maanden, waarvoor je 55 euro kunt ontvangen, bij een margin van 1000 euro. Wat is dan het uiteindelijke resultaat? Als op expiratie de koers binnen de range staat, mag je de ontvangen premie houden, dus het resultaat is 55 euro.
Het rendement is dan 55:1000*100 = 5.5%.

Schrijven versus kopen
Om een short optie te beveiligen kun je er een stop op zetten. Het nadeel van een stop is dat wanneer de stop geraakt wordt bij een spike de optie gesloten wordt, vaak met verlies.
Wat je ook kunt doen is kort schrijven – lang kopen:
dus schrijf een optie voor deze maand en koop een optie met dezelfde uop voor de volgende maand.