Om te kunnen handelen in opties en optie constructies moet de werking van een optie wel duidelijk zijn.

Wat is nu eigenlijk een optie?
Stel, een baron wil 18 mei een feestje geven en daarbij wil hij een goed wijntje schenken. Hij gaat naar de slijter en koopt 1 fles wijn voor 100 euro.  Daarbij zegt hij tegen de slijter:  “ik weet nog niet precies hoeveel mensen er komen op mijn feest, dus wanneer ik te kort kom wil ik alsnog een tweede fles kopen voor 100 euro. Om er nu zeker van te zijn dat ik de fles kan kopen geef ik je een tientje, die mag je houden, of ik de 2e fles nu nodig ben of niet”. “Dat is goed”, zegt de slijter, “ik heb wel een 2e fles in voorraad en die zal ik voor u bewaren, tot vrijdag eind van de dag”.
Het blijkt, dat de baron weinig mensen krijgt op zijn feestje en vrijdag eind van de middag belt hij de slijter met de mededeling: “ik heb de 2e fles niet nodig, bedankt voor het vertrouwen in mij en het tientje mag je houden”.
Een maand later, nu op 15 juni geeft de baron weer een feestje en het gesprek herhaald zich: de baron zegt tegen de slijter: “wanneer ik te kort kom wil ik alsnog een tweede fles kopen voor 100 euro. Om er nu zeker van te zijn dat ik de fles kan kopen geef ik je een tientje, die mag je houden, of ik de 2e fles nu nodig ben of niet”.
“Dat is goed”, zegt de slijter. (Maar deze keer heeft hij geen 2e fles in voorraad, maar hij denkt, ach, zoveel mensen komen er toch niet, dus ik hoef vast geen 2e fles te leveren, dus dat tientje is weer snel verdiend)

Helaas, het blijkt, dat de baron die vrijdag toch heel veel mensen krijgt op zijn feestje en vrijdag bijna aan het eind van de middag belt hij de slijter met de mededeling: “ik heb de 2e fles nu direct nodig, breng hem maar”. Nu heeft de slijter een probleem, hij moet dus bij zijn leverancier een fles wijn kopen.
Stel nu, dat intussen de fles wijn bij de groothandel in prijs is verhoogd, van 100 naar 130 euro. Dan moet de slijter dus de fles wijn duurder inkopen, maar toch aan de baron leveren voor 100 euro, want dat was immers de afspraak!
Hij koopt dus de fles bij de groothandel voor 130 euro, levert deze fles aan de baron voor  de afgesproken prijs van 100 euro en heeft dus 30 euro verlies.
Het tientje mag hij natuurlijk houden, dus het werkelijke verlies is beperkt tot 20 euro.

Tot zover het verhaaltje, we gaan nu het verhaal proberen te ontleden:
de baron wil een zekerheid, dat hij de 2e fles wijn kan kopen voor een afgesproken prijs, hij koopt dus dit zo geheten recht en betaald daar een tientje voor. Hij koopt dus een optie om tot vrijdag 18 mei recht te hebben op een fles wijn voor 100 euro.
Vrijdag 18 mei loopt dat recht af, dat noemen we de expiratie.
De slijter heeft nu dus een plicht om de fles wijn, indien nodig te leveren. Voor deze plicht ontvangt hij zomaar een tientje.
De eerste keer, tot 18 mei had hij een 2e fles wijn op voorraad, dus kon hem niets overkomen. Maar de 2e keer had hij die 2e fles wijn niet zelf in voorraad, dus de slijter nam bewust het risico!

Call en put
In de optie handel kennen we 2 soorten opties, een call en een put, waarbij we dus te maken hebben met rechten en plichten:
een call optie is een optie contract waarbij de houder (de baron, de koper) het recht (maar niet de verplichting) heeft om een vooraf gespecificeerd aantal aandelen (de fles wijn) te kopen tegen een van te voren gespecificeerde prijs (10 euro) binnen een vast gedefinieerde tijdsperiode (tot de expiratie).

Een put optie is een optie contract waarbij de houder (koper) het recht (maar niet de verplichting) heeft om een vooraf gespecificeerd aantal aandelen te verkopen tegen een van te voren gespecificeerde prijs binnen een vast gedefinieerde tijdsperiode (tot de expiratie).

(Engels: to call is opvragen, to put is leveren).

Toelichting rechten en plichten:
call: de koper heeft een recht van koop, de schrijver heeft de plicht van verkoop
put: de koper heeft een recht van verkoop, de schrijver heeft de plicht van koop

Dag, week en maand opties
De AEX index kent vele soorten opties, dag, week en maand opties.
Iedere dag van de week kent een dag optie, die met de datum meeloopt:
bijvoorbeeld maandag 19 maart noemen we de XNL A19, 20 maart de XNL A20, maar ook woensdag 19 juni noemen we de XNL A19 en donderdag 20 juni noemen we de XNL A20 enz.
De vrijdag van iedere week kent geen dag optie, dat is de week optie.
Hiervan kennen we de AX1, AX2, AX4 en soms de AX5.
Hier missen we de AX3, die bestaat niet, dat is namelijk de maand optie.
Iedere derde vrijdag van de maand is de expiratie van de maandopties.

Amerikaanse en Europese stijl
Opties op aandelen zijn ‘Amerikaanse stijl’ ze kunnen op ieder moment tijdens de looptijd opgevraagd worden. Opties op onze index zijn ‘Europese stijl’ deze kunnen alleen maar tijdens expiratie uitgeoefend worden.
Elders op deze site worden de optie begrippen en de verschillende optie constructies verder uitgelegd.